Leestechniek 1: oriënterend lezen
Oriënterend lezen is niets anders dan je een beeld vormen van de tekst. Het is makkelijk te leren als je weet hoe je de structuur kunt herkennen en je leesdoel vast voor ogen houdt.
Oefening
- Neem een boek van je stapel en gebruik dat als materiaal voor het onderstaande stappenplan.
Concentreer je eerst op de macrostructuur:
- Bekijk de inhoudsopgave, die helpt je om een eerste indruk te krijgen van de indeling van de tekst in hoofdstukken en paragrafen. Als er geen inhoudsopgave is, bekijk dan alle tussenkopjes.
- Lees ook het voorwoord of de inleiding. Probeer erachter te komen wat het doel van de tekst is (wat wilde de schrijver met deze tekst?) en met welke tekstsoort je te maken hebt.
- Bekijk figuren, grafieken, afbeeldingen en tekstkaders.
- Lees de eerste en laatste zinnen van ieder hoofdstuk om een indruk te krijgen van de schrijfstijl.
Als je de macrostructuur gevonden hebt, ga je verder met de microstructuur:
- Blader de tekst door en let op sleutelwoorden en signaalwoorden. Signaalwoorden helpen je te bepalen welke zinnen bij elkaar horen.
- Let ook op de opmaak van de tekst: als bepaalde woorden of zinnen er anders uitzien dan de rest, staat er waarschijnlijk iets belangrijks
- Lees van iedere alinea de eerste en de laatste zin. Grote kans dat daarin de kern van de alinea te vinden is.
Tijdens het oriënterend lezen maak je aantekeningen met behulp van een mindmap of een structuurschema. Als je een gedeelte van de tekst niet begrijpt, lees dat stuk dan helemaal. Het kan zijn dat de kern van de alinea toch ergens anders staat.
Oriënterend lezen wordt ook wel globaal lezen of zoekend lezen genoemd, omdat je je een indruk vormt van de tekst en op zoek gaat naar de structuur. In de praktijk is deze techniek vooral handig voor een eerste kennismaking met de tekst.
Volgende pagina: Skimmend lezen
Bron: www.leren.nl/cursus/leren_en_studeren/snellezen/orienterend-lezen.html
Copyright © 1999-2010 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon