Home
 
Cursussen /rubriek/
streepjes

Leren > Cursus > Persoonlijke effectiviteit > burn-out voorkomen > De functie

De functie als oorzaak van een burn-out
Burn-out voorkomen

Toen het burn-outsyndroom voor het eerst werd onderkend, dacht men dat het een syndroom is dat zich uitsluitend voordoet in helpende beroepen. Je moet dan denken aan beroepen als leraar, arts, verpleegkundige en gevangenisbewaarder. Men constateerde dat in dit soort beroepen de verwachtingen van de beroepsbeoefenaar hooggespannen zijn. Zij willen mensen helpen. Na zo'n twee jaar blijken mensen echter niet zo dankbaar. Zij moeten kiezen: ofwel hun verwachtingen bijstellen of doorvechten. Het zijn geen van beide erg aanlokkelijke opties. We weten nu dat de meeste professionals het risico lopen op een burn-out. Wat maakt sommige functies bijzonder risicovol?

Daarbij zijn de volgende aspecten belangrijk:

  1. de relatie met de cliënt
  2. de geringe loopbaanmogelijkheden
  3. de bureaucratie
  4. de zwaarte van het werk
  5. stress

De relatie met de cliënt

De relatie met de cliënt verschilt per professie. Per definitie heeft de professional verstand van het vak en de cliënt niet. Maar in het ene beroep is de cliënt machtig en krachtig. In het andere beroep is de cliënt hulpbehoevend. Als de cliënt hulpbehoevend is, bestaat de kans dat de professional teveel liefde, inspanning en energie in de relatie stopt. Hij verliest daardoor het vermogen om te relativeren. Hij verliest zijn professionele distantie. En dat is een professionele doodzonde. Je bent niet meer objectief en kunt daardoor je werk niet meer goed doen. De energie die je erin stopt, is altijd veel meer dan je terug krijgt van de cliënt.

Er zijn ook cliënten die helemaal niet geholpen willen worden. Dan gaat het vaak om mensen die zich helemaal geen cliënt voelen. Leerlingen bijvoorbeeld of gevangenen. Ook in die gevallen loopt de professional de kans dat hij meer in de relatie stopt dan hij er ooit uit kan halen. Het lerarenberoep is een risicovol vak. De relatie met de leerling wordt steeds problematischer, zo lijkt het. Veel leraren lopen op hun tandvlees. Sinds de leerling centraal staat, is het vak van leraar weliswaar boeiender geworden maar ook zwaarder. Zeker bij beginnende leraren zijn ordeproblemen bovendien een belangrijke stressfactor.

Tenslotte zijn we als samenleving mondiger geworden. Dat kan wel eens doorslaan. In veel functies is de mondige cliënt een enorme bron van stress. Horecamedewerkers kunnen daar veel last van hebben. Wie op internet de menukaart van een restaurant bekijkt en op basis daarvan kiest voor de linzenpaté met abrikozencompote, wil dan ook linzenpaté met abrikozencompote. Wee de arme ober die dan 'nee' moet verkopen. Patiënten hebben op internet hun eigen diagnose gesteld en de therapie uitgewerkt. Een knappe arts die dan nog weg komt met: 'we zien het nog even aan.'

Een bijzondere functie in dit verband is die van manager. Veel managers beschouwen hun medewerkers meer als cliënt dan als ondergeschikte. Dat is waarschijnlijk een goede zaak. Maar soms slaat men door. Zeker onervaren leidinggevenden hebben de neiging om werkzaamheden die medewerkers niet meer aan kunnen er zelf wel bij te nemen onder het motto: het moet toch gebeuren. En net als veel cliënten zijn medewerkers vaak ondankbaar. Een leidinggevende die behalve zijn gewone werk ook nog eens klussen van medewerkers op zich neemt kan te horen krijgen dat hij ook nooit even tijd heeft of gezellig een kopje koffie komt drinken.

Loopbaanmogelijkheden

Aan het einde van iedere levensloopfase blik je terug en kijk je vooruit. Wat wil ik hierna? Veel functies missen echter doorgroeimogelijkheden. Een leraar van bijna veertig bijvoorbeeld. Hij kan zichzelf wel afvragen wat hij na zijn veertigste wilt gaan doen maar de mogelijkheden zijn erg beperkt. Dat geldt ook voor bijvoorbeeld onderzoekers, verpleegkundigen en artsen. Dat geringe toekomstperspectief kan belastend zijn.

Bureaucratie

Als je van je vak houdt, wil je je daar mee bezighouden. Politieagenten klagen steen en been over de enorme werkdruk die het papierwerk oplevert. Een belangrijk deel van dat vele papierwerk wordt veroorzaakt door de bureaucratie die op zijn beurt het gevolg is van schaalvergroting. De afstand tussen de werkvloer en het management groeit. Het hoger management kan alleen door het lezen van rapporten op de hoogte blijven. Die rapporten moeten wel geschreven worden.

Zwaarte van de functie

Natuurlijk speelt ook de zwaarte van de functie een rol bij de kans op een burn-out. De zwaarte van een functie wordt onder meer bepaald door de complexiteit van het werk, het afbreukrisico en de emotionele belasting.

Stress

In sommige functies is stress vanzelfsprekend. Een dagbladjournalist moet kunnen werken met deadlines. Een arts in opleiding moet ertegen kunnen dat hij op de meest onverwachte momenten uit z'n bed wordt gehaald. En onderschat ook niet de stress die dertig puberende jongelui kunnen veroorzaken bij een leraar op een middelbare school. In alle gevallen hoort het bij de functie en in alle gevallen zal degene die erover klaagt, te horen krijgen 'Daar moet je tegen kunnen.' Meestal is dat ook zo. Maar als het evenwicht zoek is, kan ook de stevigste docent de adrenaline die dertig leerlingen op een gewone donderdagochtend veroorzaken niet meer verwerken: 'Jij eruit of ik eruit!'

Volgende pagina: burn-out voorkomen


Bron: www.leren.nl/cursus/persoonlijke-effectiviteit/burn-out/functie.html

Copyright © 1999-2017 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon