Home
 
Cursussen /rubriek/
streepjes

Leren > Cursus > Persoonlijke effectiviteit > Creatief denken > Divergerende fase

Divergerende fase

Creatief denken

In deze fase van het creatieve proces gaat het om het creëren van zoveel mogelijk ideeën. Kwantiteit gaat even vóór kwaliteit. In de convergerende fase gaan we selecteren.

In het algemeen een paar tips:

Als je probleem belangrijk genoeg is, hoef je er niet bewust de hele tijd mee bezig te zijn. Je hersenen zijn prima in staat om het zelf even over te nemen terwijl jij wat anders doet. Met andere woorden: als je ideeën nodig hebt, moet je er voor gaat zitten maar doe dat ook weer niet te halsstarrig. Bijt je er niet in vast. Ga stofzuigen, hardlopen, een boek lezen of een spelletje klaverjassen op de computer. Doe bewust wat anders, laat het even los. Soms blijkt dat je hersenen het beter zónder je kunnen. Je noemt dit proces ook wel 'incubatie'. Voor een goede incubatie is het wel belangrijk dat je startformulering af is. Je hersenen moeten wel iets hebben om zich op te richten terwijl jij lekker in bad ligt.

In deze cursus gaan we ervan uit dat je er alleen voor staat. Je moet dus in je eentje denken, schrijven, creatief zijn en oordelen. Dat kan nooit allemaal tegelijk. Besteed dus echt even aandacht aan de fasering. Maak eerst een goede startformulering. Zoek dan je benodigde materiaal en een geschikte ruimte. En ga vervolgens pas je ideeën evalueren.

Vooronderstellingen uitschakelen

Vooronderstellingen zitten nieuwe ideeën vaak danig in de weg. Schakel ze dus uit. Makkelijker gezegd dan gedaan. Neem een sleutelwoord uit je startformulering. Het woord 'sportcentrum' bijvoorbeeld. Wat zijn je vooronderstellingen? Het is een gebouw, het is overdekt, het is een groot grasveld, je kunt er meerdere sporten doen, het is een plek bóven de grond, het gaat om actiesporten en niet om denksporten, ménsen komen er sporten (en geen dieren), mensen komen er spórten (en bijvoorbeeld niet nadenken over sport of les krijgen over sport), er is een kassa, er zijn verschillende ruimtes enzovoorts.

Wat gebeurt er als je die vooronderstellingen nu eens loslaat ? Soms weinig. Maar bij sommige vooronderstellingen kan dat vergaande gevolgen hebben. Die kassa bijvoorbeeld. Stel je voor dat je het sportcentrum gewoon helemaal gratis maakt. Of dat je van tevoren online moet reserveren en betalen. En dat het boekingsprogramma dan ook direct een squashpartner voor je zoekt en die een sms'je stuurt. En die verschillende ruimes? Stel je eens voor dat het sportcentrum een enorm terrein is met in het midden een mast van waaruit een tentdoek het terrein overspant. En wie die circustent voor zich ziet, ziet wellicht ook een skihelling (al is het dan raadzaam om iets steviger materiaal te kiezen). Misschien kan de gemeente een ROC wel zo gek krijgen om een vestiging te openen van de opleiding 'Sport, spel en bewegen'.

Werken met analogieën

Kies een sleutelwoord uit je startformulering. Zoek vervolgens een inspirerend ander woord. Een land, een dier of een willekeurig concreet zelfstandig naamwoord.

Een voorbeeld. Stel: je vindt 'tandpasta'. Dat is smeerbaar, een reinigingsmiddel, ruikt fris, je kunt ermee schilderen en het is te koop bij de drogist of de supermarkt. Wat helpt je dit? Misschien kun je kaartjes verkopen (à la pretparken) voor het sportcentrum in de supermarkt. Misschien kun je iets doen met geuren. Veel sportcentra ruiken naar deodorant. Misschien kun je je profileren met de kwaliteit van de schoonmaak. Stel je kiest als analogon het woord 'Japan'. Dan kom je al snel uit bij krachtsporten. Maar ook bij sushi en bij de atoombom en bij Sony en bij harakiri. Je zou een toprestaurant kunnen beginnen, je zou er een krachtsportcentrum van kunnen maken en eventueel zou je kunnen kiezen voor een enorme zaal waar alle sporten tegelijkertijd kunnen worden beoefend (via de associatie: atoombom → verwoesting →leegte).

Je kunt ook zoeken naar de overeenkomsten tussen je sleutelbegrip en het analogon. Tandpasta blijkt dan geen gemakkelijke keuze. Maar met wat moeite kom je wel ergens: het is gezond, het is puur (en dat is sport toch eigenlijk ook), iedereen zou het moeten gebruiken en na gebruik voel je je een stuk frisser. Wat kun je met deze associaties? Je kunt het sportcentrum heel puur inrichten: veel blank hout, roestbrij staal en primaire kleuren. Je kunt inzoomen op het kenmerk 'frisheid'. Zeker in de marketing van je centrum zou je van die link gebruik kunnen maken: 'Voel je fris, voel je als herboren!'

Woord linken

Neem een groot vel papier (en als je dat niet hebt: plak vier A4'tjes aan elkaar) en zet je sleutelwoord in het midden. Zoek willekeurig vier zelfstandig naamwoorden (een woord waar je 'de' of 'het' voor kunt zetten). Je mag best wat smokkelen. Als je met een woord niets kunt kies je een ander woord. Zet in iedere hoek van je vel een van die woorden. Associeer nu vanuit het midden naar de hoekpunten. En verbindt vervolgens al associërend de hoekpunten met elkaar. Bij de woorden die je aanspreken sta je even stil.

Beelden

Tot nu toe associeerden we heel verbaal. Maar sommige mensen komen juist met beelden heel ver. Stel: je startformulering luidt: Bedenk een klein cadeautje dat we weg kunnen geven bij de opening van het nieuwe sportcentrum. Ga eens naar Flickr en ga naar de foto's die recent zijn ingezonden. Neem een beeld dat je aanspreekt. Wat zie je? Kijk op foto's die de laatste minuut zijn bijgevoegd. Zitten daar ideeën bij?

Metaforen

Metaforen (vergelijkingen) kunnen een heel krachtig instrument zijn om nieuwe ideeën te genereren. Je startformulering luidt bijvoorbeeld: Bedenk manieren om bezoekers van de concerten in onze kerk te verleiden hun auto thuis te laten.

Kies nu een metafoor. Die metafoor moet voldoen aan de volgende eisen:

Er zijn heel veel productieve metaforen. Denk aan het dansen van de tango, dieren in alle soorten maten, dansende dieren, een dierentuin, machines, een windmolen, tuinen, een woestijn, een supertanker op zee of de bouw van de toren van Babel.
Stel we kiezen de supertanker op zee. Een paar kenmerken:

Terug naar onze uitdaging: bedenk manieren om mensen te verleiden hun auto thuis te laten. Wat zegt die supertanker hierover?

Tja. Kunnen we hier wat mee? Dat is nu niet interessant. Dat komt later. Maar misschien vind je het nog te weinig. De dierentuinmetafoor dan:

Op basis hiervan zou je kunnen bedenken om niet een concert in één kerk te geven maar op meerdere plekken in de omgeving waardoor een fietsroute mogelijk is (en je in elk geval de parkeerlast verspreidt over meerdere locaties).

Je ziet dat lang niet alle ideeën goed zijn. Maar je ziet ook dat je meerdere insteken ontwikkelt. En daar gaat het uiteindelijk om.

De morfologische matrix

In het boek 'The Mindgym' introduceren de auteurs een soort ideeënmachine. Het kost wat tijd maar levert wel veel op en ... je kunt het prima alleen af.

Eerst een voorbeeld. Stel: Je werkt bij een ICT-bedrijf en je zoekt ideeën voor een nieuw te starten relatiemagazine voor klanten. De morfologische matrix werkt dan als volgt:
Kies het thema: 'relatiemagazine' zou een mogelijkheid zijn maar dan beperk je je erg. Het thema 'magazine' biedt dan meer mogelijkheden. Later kun je altijd nog schrappen.
Kies drie categorieën van eigenschappen (zogenaamde attributen): in dit geval zijn dat bijvoorbeeld:

Medium Inhoud Verspreiding
Krant Informatief Thuisbezorgd
e-zine Onderhoudend Persoonlijk overhandigen
Boekje Opiniërend Per e-mail
Magazine Korte verhalen In stapels klaarleggen
Brieven Strips Als verpakkingsmateriaal
Ansichtkaarten Fotoreportages Uitstrooien
scheurkalender Kinderpagina Op abonnementsbasis
Notitieblok diepgravend Als bijlage

Er zijn dus 8 x 8 x 8 = 512 verschillende ideeën/mogelijkheden. Een informatieve krant die je thuis laat bezorgen. Een onderhoudende e-zine die je per e-mail verspreidt. Een notitieblok met op de achterzijde korte verhalen dat je in stapels klaarlegt bij de kantoren van je belangrijkste klanten. Een scheurkalender met strips over je bedrijf dat je als bijlage bij het jaarverslag meestuurt...

Je ziet dat er heel veel onzin bij zit. Hoewel? Als je een winkel hebt, kun je overwegen om als verpakkingsmateriaal te kiezen van krantenpapier dat je laat bedrukken met een fotoreportage over de totstandkoming van je product. Als je dat regelmatig actualiseert heb je een heel krachtig medium waarmee je je klanten heel direct benadert.

Zes denkende hoeden

Edward de Bono bedacht in 1985 een simpel maar doeltreffende aanpak om mensen van wie de creativiteit blokkeert een handje te helpen. Zijn aanpak – de zes denkende hoeden - heeft alles te maken met het merkwaardige verschijnsel dat mensen elkaar vaak in een soort houdgreep houden. Omdat mevrouw A altijd de nadelen ziet, gaat mevrouw B altijd de voordelen benoemen. En omdat mevrouw B altijd alleen maar de voordelen ziet, moet mevrouw A wel tegengas geven en de nadelen benoemen. Waarop mevrouw B echt niet anders kan dan ...De Bono bedacht dat die vaste rolpatronen simpel doorbroken kunnen worden door deelnemers aan een bijeenkomst een gekleurde hoed op te laten zetten. Hij onderscheidt zes kleuren.

Kleur hoed Focus
Wit Benodigde en beschikbare informatie, feiten en cijfers
Rood Intuïtie, emoties, ingevingen en gevoelsoordelen
Zwart Waakzaamheid, problemen, risico's en zwakheden
Geel Voordelen, waarden en positieve aspecten
Groen Alternatieven en creatieve ideeën
Blauw Controle over het denken, focus en samenvatting

Als mevrouw B de blauwe hoed opkrijgt, zal ze andere vragen stellen. Als mevrouw A de groene hoed opzet zal ze eerst wat stil zijn maar langzamerhand toch met ideeën en voorstellen komen. Plotseling blijkt ze meer in haar mars te hebben.

Volgende pagina: Convergerende fase


Bron: www.leren.nl/cursus/persoonlijke-effectiviteit/creatief-denken/divergerende-fase.html

Copyright © 1999-2017 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon