|
|||||||||||||||||||||||||||||
| Schrijven | |
| Inhoud: Overdracht | |
De meeste zakelijke teksten worden geschreven voor een opdrachtgever. Je tekst kan nog zo goed zijn, als het niet voldoet aan de eisen die je opdrachtgever stelt zal niemand het lezen. Met andere woorden: als je een tekst maakt voor je opdrachtgever moet je er ook nog voor zorgen dat je opdrachtgever de tekst accepteert. Hoe doe je dat?
Een veel gebruikte strategie is je opdrachtgever meenemen in het proces. Dat is in feite heel simpel. Beschouw je opdrachtgever niet als de afnemer van je product maar als coproducent.
Het begint al met de intake. Als het goed is heb je gesproken met je opdrachtgever. Je hebt hem de kans gegeven over alle aspecten van de tekst zijn mening te geven. Dat is de eerste stap in het coproduceren. De tweede stap zet je door dat gesprek op papier te zetten en je opdrachtgever te vragen of je hem goed hebt begrepen. Een derde stap zet je door een aantal halfproducten met hem door te spreken. Het structuurschema bijvoorbeeld: 'Kijk, ik had gedacht de tekst zo op te zetten. Wat vind je ervan?'
| Ik schiet er wel op | |
| ‘Hans, kom even binnen!’. Hans gaat zitten. ‘Wij gaan volgende week een presentatie verzorgen over het nieuwe project ‘Halt halverwege’. Ik heb daar eigenlijk een brochure voor nodig. Hier heb je het beleidsplan. Schrijf jij die brochure voor vrijdag?’ Nee-zeggen is geen optie, dat begrijpt Hans ook wel. Maar om zomaar in het wilde weg een
brochure voor Ella te schrijven lijkt hem ook niet handig. ´Prima, kan ik dan vandaag of morgen een half uurtje met je praten over wat je erin wilt?’ Ella is alweer met haar gedachten ergens anders. ‘Nee, nee, schrijf jij maar iets dan schiet ik er wel op.’ Hans slikt even en gaat aan de slag. Die vrijdag mailt hij de tekst naar Ella. Als hij haar even later tegenkomt op de gang zegt ze: ‘Die tekst, dat is een prima brochure hoor maar ik wil iets op directieniveau. Dit is veel te eenvoudig. Ik heb nu zelf even wat uit de beleidsnota geknipt en geplakt. Kijk jij er nog even naar?’ |
|
Tenslotte leg je –na een grondige revisie- je resultaat in de onopgemaakte vorm aan je opdrachtgever voor als een soort halfproduct. Sommige opdrachtgevers willen heel graag ook zelf wat toevoegen. Geef ze daarvoor de gelegenheid, bijvoorbeeld door de tekst per e-mail toe te sturen. Andere opdrachtgevers stellen dat absoluut niet op prijs. Hen leg je de papieren versie als concept voor. 'Wat vind je, is dit wat je bedoelde?'.
Hoe je het ook presenteert, zorg dat je bij je opdrachtgever aan tafel komt voordat je de tekst definitief oplevert.
Deze aanpak werkt natuurlijk alleen als je opdrachtgever een beetje meewerkt. Er zijn opdrachtgevers die daarvoor geen tijd hebben. Neem dan niet te snel genoegen met zijn 'nee'. Vraag om een contactpersoon: iemand die hij vertrouwt en met wie jij kunt samenwerken. En als dat zelfs dat er niet in zit, vraag dan of het goed is dat je halverwege even langs komt om een schematisch structuurschema voor te leggen. En tja, het houdt natuurlijk ook een keer op. Als je opdrachtgever echt overal van af wil zijn, rest je weinig anders dan in een keer iets te maken waarvan jij denkt dat het goed is.
Zelfs als je deze cursus helemaal las, kan het zijn dat de moed je in de schoenen zinkt bij een schrijfopdracht. Soms is het dan slimmer om er een professional bij te halen. Er zijn veel goede tekstschrijvers die graag een deel van de klus overnemen. Jij zorgt voor de inhoud, de schrijver doet de rest. Zorg voor een goede briefing. Je kunt natuurlijk ook de checklist in deze cursus gebruiken. Kijk nog eens bij 'verhelderen van de opdracht'. Veel succes!
Volgende pagina: Aanbevolen websites en boeken
Bron: www.leren.nl/cursus/professionele-vaardigheden/schrijven/overdracht.html
Copyright © 1999-2012 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon