Home
 
Cursussen /rubriek/
streepjes

Leren > Cursus > Sociale vaardigheden > Smalltalk > Gesprek gaande houden

Stap 3: het gesprek gaande houden

Smalltalk

Nu het ijs gebroken is en je jezelf wat meer op je gemak voelt, is het tijd om het gesprek aan de gang te houden. Om gespreksonderwerpen hoef je niet verlegen te zitten, die had je tenslotte bij stap 1 al bedacht. Maar het is natuurlijk niet de bedoeling dat je die lijst van boven tot onder gaat aflopen.

De onderwerpen die je hebt opgeschreven, zijn vooral geschikt als aanvullend materiaal. Heb je bijvoorbeeld ergens een grappig verhaal gelezen dat een relatie heeft met wat je gesprekspartner vertelt? Dan kun je die anekdote even kort aanhalen: “Dat doet me denken aan dat verhaal dat ik laatst las, over... Heeft u ook wel eens zoiets meegemaakt?”

Maar waar heb je het dan verder over? Op die vraag is een gemakkelijk en heel logisch antwoord te geven: over alles waar je gesprekspartner interesse voor heeft. Hier komt de eigenschap die de meeste verlegen mensen in overvloed bezitten goed van pas: goed kunnen luisteren.

Leef je in de ander in. Als je goed luistert en doorgaat op wat je gesprekspartner zegt, laat je zien dat je in hem of haar geïnteresseerd bent. En oprechte interesse wordt altijd gewaardeerd: hoe meer interesse jij toont, hoe meer je gesprekspartner in jou geïnteresseerd zal raken. En op dat moment wordt het pas echt tweerichtingsverkeer.

Oefening

Spreker A en spreker B ontmoeten elkaar tijdens een netwerkborrel. Ze stellen zich aan elkaar voor en beginnen een gesprek. Bedenk met welke zinnen de dialoog verder zou kunnen gaan:

A: Ik vind Utrecht zo’n mooie stad. Komt u hier vandaan?
B: Nee, ik kom uit Den Haag. Ik ken Utrecht wel goed, omdat ik hier vrienden heb wonen. En ik kom hier ook wel eens voor mijn werk. Het is inderdaad een mooie stad, hoewel ik het buiten het centrum een beetje tegen vind vallen.
A: Wat toevallig, ik heb ook in Den Haag gewoond. In welke buurt woont u?
B: Ik heb jaren in Ypenburg gewoond, maar ben vorig jaar naar Amsterdam verhuisd. Ik woon in de Kinkerstraat.
A: ...

B geeft in een paar zinnen genoeg informatie om op voort te borduren. Voorbeelden van wat A zou kunnen zeggen zijn:

Waarom bent u uit Den Haag weggegaan?
Wat was uw favoriete plek in Den Haag?
Bevalt het in Amsterdam? Of (als A Amsterdam een beetje kent) De Kinkerstraat, dat is toch in Amsterdam-West? Hoe vindt u het om daar te wonen?
De Kinkerstraat, daar las ik laatst nog een berichtje over in de krant...

A kan ook teruggrijpen naar de eerdere informatie die B gaf:

Wat doet u voor werk?
Vindt u het ook zo moeilijk om in Utrecht een goede parkeerplek te vinden?

Als je goed luistert, vind je tijdens het gesprek dus genoeg informatie om op door te gaan. Maar het kan ook gebeuren dat je gesprekspartner het over andere dingen dan de Kinkerstraat wil hebben. Ook dat kun je signaleren door naar hem te luisteren en interesse te tonen. Kijk maar eens naar de volgende dialoog:

A: Hoe vindt u het om in de Kinkerstraat te wonen?
B: Oh, het bevalt wel hoor. Maar het is toch vooral makkelijk omdat ik dicht bij mijn werk zit.
A: Dat is zeker prettig. Waar werkt u?
B: In de Bilderdijkstraat. Ik heb een beddenwinkel.
A: Oh, wat leuk! Hoe loopt de zaak?

Het gesprek ging eerst over de Kinkerstraat, maar doordat B maar heel kort ingaat op hoe het is om daar te wonen, geeft hij aan dat hij het liever ergens anders over wil hebben. Hij geeft meteen het onderwerp aan: hij wil over zijn werk praten. A pikt dat op en zo gaat het gesprek verder over de beddenwinkel van B.

Luisteren, vragen stellen en doorvragen zijn de technieken die je altijd inzet bij smalltalk. Het kan dus geen kwaad als je je van tevoren nog even verdiept in deze gesprekstechnieken. Als je de technieken goed beheerst, kun je ze bovendien toevoegen aan je lijstje met sterke punten.

Lichaamstaal

Communiceren doen we trouwens niet alleen met onze mond. Lichaamstaal vormt een groot onderdeel van ieder gesprek. Luisteren is dus niet alleen horen wat iemand zegt, maar ook letten op wat zijn lichaam zegt. Daaruit kun je veel informatie halen over de onderwerpen die hij al dan niet interessant vindt. Daarnaast kun je met jouw eigen lichaamstaal aangeven dat je geïnteresseerd aan het luisteren bent. En natuurlijk kun je de lichaamstaal van je gesprekspartner spiegelen om hem te laten zien dat je het leuk vindt om met hem te praten.

Gesprekswegwijzer
Vraag iemand uit je familie of vriendenkring een gesprek met je te voeren en daarbij te letten op je lichaamstaal. Jij let op de lichaamstaal van je gesprekspartner. Na het gesprek schrijven jullie allebei op wat je is opgevallen in de lichaamstaal van de ander, zowel positief als negatief. Vergelijk de lijstjes met elkaar.

Ergert je gesprekspartner zich aan het feit dat je steeds met je haar zit te spelen? Vind jij het vreemd dat je gesprekspartner je nooit recht aankijkt? En vind je het fijn als hij of zij zich geïnteresseerd naar je toe buigt als je iets zegt? Noteer al die dingen op je gesprekswegwijzer.

Zo heb je een handig overzicht van wat je wel en niet moet doen als je geïnteresseerd over wilt komen. Oefen regelmatig voor de spiegel en maak er een tweede natuur van om die dingen die storend zijn achterwege te laten en je lichaamstaal interesse uit te laten stralen.

Vrouw met luisterend oorpijl

Actief luisteren

In deze cursus Actief Luisteren leer je een betere luisteraar te worden, met o.a. het WIER-model en de methode van Gordon. Dat helpt je - zowel zakelijk als privé - de communicatie met anderen verbeteren.

Volgende pagina: Gesprek beëindigen


Bron: www.leren.nl/cursus/sociale-vaardigheden/smalltalk/gesprek-gaande-houden.html

Copyright © 1999-2017 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon