Home
 
Cursussen /rubriek/
streepjes

Leren > Cursus > Professionele vaardigheden > Schrijven > structuurschema

Het maken van een structuurschema

Schrijven

Zakelijke teksten kun je beschouwen als een vraag-en-antwoordspel. De lezer heeft vragen over het thema en de schrijver beantwoordt deze vragen. Welke vragen de lezer stelt is afhankelijk van het thema. Een gebruiksaanwijzing raadpleeg je met een ander doel dan de flyer die je bij een popfestival in je hand krijgt gedrukt. Bij het componeren van zijn tekst, zal de schrijver inspelen op de vragen van de lezer. En natuurlijk beantwoord je als schrijver vooral de vragen waarvan je wilt dat de lezer die stelt.

Als je bijvoorbeeld een tekst schrijft met als thema 'een nieuw vakantierooster' voor de groep afwashulpen in de bedrijfskeuken zul je vragen beantwoorden als 'Wat houdt dat nieuwe rooster in?', 'Waarom moet er een nieuw vakantierooster komen?', 'Tot wanneer is dat nieuwe rooster geldig?'en 'Wat moet ik doen als dat rooster me niet schikt?'

Om grip te krijgen op je materie kun je eerst een mindmap maken. Het helpt je vaak enorm om alles wat door je hoofd flitst eerst maar eens op een paar vellen papier te zetten. Pak een groot vel papier, vraag eventueel een of twee collega's erbij en maak een landkaart van al die ideeën.

Wie een tekst schrijft doet er dus goed aan eerst de belangrijkste vragen over dat thema op een rij te zetten. Vervolgens beantwoord je die vragen heel kort. Vaak kun je bij die korte antwoorden nieuwe vragen koppelen. Afhankelijk van het soort tekst dat je schrijft, zul je andere soorten vragen stellen. Een leertekst vraagt om kennis- en inzichtvragen. In een beleidsnota zal je eerder analysevragen stellen.

Zo ontstaat er een netwerk van vragen en antwoorden. Je noemt dat het structuurschema. Met dat structuurschema aan je prikbord ga je vervolgens je informatie zoeken en ordenen. En pas dan ga je schrijven. Omslachtig? Beslist niet.

Aan deze werkwijze zitten enorm veel voordelen. Het belangrijkste voordeel is wel dat je jezelf dwingt om gericht op zoek te gaan naar informatie. Veel schrijvers beginnen als een kip zonder kop informatie te zoeken voordat ze met schrijven beginnen. Zij zitten opgezadeld met bergen materiaal waar ze zich doorheen moeten worstelen. Door te werken met vragen kun je gericht op zoek gaan naar informatie. Een ander voordeel is dat je veel meer uitgaat van wat de lezer wil weten. En bovendien helpt deze aanpak je bij het ordenen van je tekst.

Het thema

Al deze vragen gaan over een thema. Wie een tekst schrijft kent dat thema natuurlijk. Maar het is nog niet zo makkelijk om het thema zó te formuleren dat je er gemakkelijk productieve vragen over kunt stellen. In deze vraag-en-antwoordaanpak luistert het formuleren van dat thema wel nauw.

Stel, je werkt bij de Facilitaire Dienst. Je hebt uitgerekend dat de huidige manier koffievoorziening veel goedkoper kan. Nu wordt de koffie nog gezet door een koffiejuffrouw. Tussen 9.00 en 17.00 uur kan iedereen in de kantine koffie kopen. Je wilt in je nota pleiten voor de overstap naar koffieautomaten. Als je als thema kiest: 'Het afschaffen van het handmatig zetten van koffie en het overstappen naar automaten' is het lastig om daar vragen over te stellen.

Je thema bestaat daarom altijd uit een zelfstandig naamwoord met eventueel wat toevoegingen om het te verduidelijken. Een zelfstandig naamwoord is een woord waar je 'de', 'het' of 'een' voor kunt zetten. In ons voorbeeld zou een goed thema zijn: 'De nieuwe koffievoorziening' of gewoon 'de koffievoorziening'. Vragen zouden kunnen zijn:

  1. Hoe is de koffievoorziening nu geregeld?
  2. Welke bezwaren kleven er aan de huidige koffievoorziening?
  3. Welke andere vormen van koffievoorziening zijn mogelijk?
  4. Hoe kan de koffievoorziening het best worden geregeld?

Als de Ondernemingsraad fel tegenstander is van de overstap naar automaten zal die ook een nota schrijven. Zij kiezen als thema 'Werkgelegenheid van kantinemedewerkers'. Hun vragen luiden waarschijnlijk:

  1. Hoe staat het met de werkgelegenheid van de kantinemedewerkers?
  2. Welke maatregelen bedreigen de werkgelegenheid van de kantinemedewerkers?
  3. Hoe kan de werkgelegenheid van kantinemedewerkers het best worden behouden?

Als bijlage bij deze cursus vind je een voorbeeld van een complexer structuurschema waarin verschillende tekststructuren worden gecombineerd.

Volgende pagina: Informatie vergaren


Bron: www.leren.nl/cursus/professionele-vaardigheden/schrijven/structuurschema.html

Copyright © 1999-2017 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon