|
|||||||||||||||||||||||||||||
| Schrijven | |
| Inhoud: Vaste structuren | |
Het gemak dient de mens. Daarom ontwikkelden tekstwetenschappers een aantal vaste structuren voor de meest voorkomende tekstsoorten. In het buitengewoon handige handboek Leren communiceren (M. Steehouder e.a.) vind je een uitvoerige uitleg van deze aanpak. Het komt erop neer dat de meeste zakelijke teksten een vaste structuur hebben.
Er zijn zes vaste structuren:
| Thema | Structuur |
|---|---|
| Een ongewenste situatie | Probleemstructuur: Wat is het probleem precies? Waarom is het een probleem? Wat zijn er de oorzaken van? Wat is ertegen te doen? |
| Een maatregel, een actie of een voorstel | Maatregelstructuur: Wat is de maatregel precies? Waarom is de maatregel nodig? Hoe wordt de maatregel uitgevoerd? Wat zijn de effecten van de maatregel? |
| Datgene wat beoordeeld wordt | Evaluatiestructuur: Wat zijn de relevante eigenschappen ervan? Wat zijn de positieve effecten? Wat zijn de negatieve effecten? Hoe luidt het totaaloordeel? |
| Een handeling | Handelingsstructuur: Wat is het doel van de handeling? Wat zijn de voorwaarden ervoor? Hoe verloopt de handeling in grote lijnen? Hoe worden de deelhandelingen uitgevoerd? Hoe wordt de uitkomst van de handeling gecontroleerd? |
| Een ontwerp | Ontwerpstructuur: Waartoe dient het? Aan welke eisen moet het voldoen? Welke middelen worden er gekozen? Hoe ziet het ontwerp eruit? Wat is de waarde van het ontwerp? |
| Een onderzoeksobject | Onderzoeksstructuur: Wat wordt er precies onderzocht? Volgens welke methode verloopt het onderzoek? Wat zijn de resultaten van het onderzoek? Wat zijn de conclusies uit het onderzoek? |
Teksten zijn meestal opgebouwd uit een netwerk waarin meerdere vaste structuren voorkomen. Een voorbeeld is het structuurschema voor een artikel over de parkeerproblematiek in het jaarverslag van een ziekenhuis.
Bron: www.leren.nl/cursus/professionele-vaardigheden/schrijven/vaste-structuren.html
Copyright © 1999-2010 Applinet B.V.
Alle rechten voorbehouden
Colofon