|
Creatief denken | |
Inhoud: Creatief proces |
Daar lig je. In bad, met een aantekenblok op de stoel naast je. 'Werk jij dit even uit?'vroeg het hoofd Concernstaf, 'jij bent zo creatief. Doe die grijze cellen maar eens lekker in bad. Dat schijnt te werken!' Je schrijft een visienota voor het managementteam over het nieuw te ontwikkelen sportcentrum. Gelukkig mag je dat thuis doen. Maar het wil niet vlotten. Je zoekt naar een paar goede ideeën. Naar een verrassende aanpak. Naar iets nieuws. Maar er komt niets. Van pure ellende besluit je om zijn advies maar op te volgen. Er komt nog steeds helemaal niets.
Goede ideeën komen niet vanzelf. Dat lijkt soms wel eens zo maar meestal moet je toch echt gericht aan de slag. En inderdaad: soms heeft het even tijd nodig. Dan moet je er even op broeden. Een bad kan dan inderdaad werken. Incubatie heet dat. Hier lees je hoe je gericht op zoek gaat naar nieuwe ideeën.
Inspiratie door beelden | |
Flickr is natuurlijk een fantastische bron voor creativiteit. Bekijk bijvoorbeeld de foto's die de laatste minuut zijn geplaatst. Het werkt vooral als je een concreet probleem hebt. De aanpak is simpel maar vaal doeltreffend. Om echt iets nieuws te bedenken, moet je ontsnappen aan oude ideeën. De Bono noemt dat: zorgen voor discontinuïteit. Stap uit je huidige schema. Stel: je zit in de zesde klas van de middelbare school en er wordt van je verwacht dat je op de laatste schooldag de school op z'n kop zet met een stunt. Maar ja, alles is al eens gedaan. Hoe vind je iets echt nieuws? Je ziet op Flickr de ingang van een Chinees hotel, een golfbaan, twee diepzeeduikers, kanoënde mensen, een baby met wel heel grote ogen (griezelfilm?). de school verbouwen voor boerengolf? De school voor een nacht verhuren als jongerenhotel? Een griezelfilm naspelen of opnemen? Een roeiwedstrijd op de gracht bij school? Een combinatie? |
We onderscheiden de volgende fases in het creatieve proces:
Creatief denken | |
Inhoud: Creatief proces |
In de startfase onderzoek je of je onderwerp geschikt is voor een creatieve aanpak. Sommige onderwerpen lenen zich er nu eenmaal beter voor dan andere. Wanneer is een creatieve aanpak minder geschikt? Een paar voorbeelden.
Igor Byttebier aan wie we in deze cursus veel ontlenen, geeft als voorbeeld het fileprobleem. Dat is géén creativiteitsprobleem. Er zijn inmiddels heel veel ideeën om dat probleem op te lossen. Als je niet in de file wilt staan, ga je op vrijdagmiddag niet met de auto van Utrecht naar Amsterdam. Maar de samenleving wíl helemaal geen oplossingen. Althans: niet hard genoeg. Er is gewoon geen draagvlak (of bestuurders missen de moed) voor een echt andere aanpak van ons vervoersprobleem.
Om half negen is het druk bij de koffieautomaat. Dat kán je als probleem ervaren. En je kunt dus een creatieve oplossing verzinnen. Maar is het echt belangrijk? Ook voor anderen?
In dit soort situaties is het niet zo zinvol om met leuke, creatieve ideeën aan te komen.
Een korte checklist:
Je creativiteit is een fantastisch stukje software. Het werkt het best als je het gericht inzet. Een goede startformulering is daarvoor onmisbaar. Formuleer je doel in één zin en maak het zo concreet mogelijk. Noem in die ene zin bovendien wie eigenaar van het probleem is en begin de vraag met 'Hoe' of met 'Bedenk ...' De 'hoe-formuleringen' focussen op de manier waarop je je doel wilt realiseren, de 'Bedenk-formuleringen' focussen op het eindresultaat.
Omdat de startformulering erg belangrijk is voor het creatieve proces staan we er evenwat langer bij stil. Vergelijk de volgende startformuleringen:
Formulering 1 is duidelijk minder inspirerend dan formulering 5. Toch komen ze op hetzelfde neer. Formulering 4 is weliswaar heel concreet maar laat wel héél weinig ruimte. Als je wat meer weet over projectmatig werken, zul je zie dat deze formulering wél heel geschikt is om een project mee te beginnen. Formuleringen 2 en 3 zijn dan handiger. Formulering 7 is prima.
Een ander voorbeeld. In de kerk van het dorpje Leermens worden met enige regelmaat concerten gegeven. Dat trekt veel bezoekers. Maar omdat het openbaar vervoer in de provincie Groningen belabberd is, komen ze allemaal met de auto. Daar is Leermens niet op berekend. Vergelijk de volgende startformuleringen:
Je ziet het verschil. De eerste formulering is nog helemaal gefocust op het probleem, de laatste formulering creëert ruimte voor oplossingen. De eerste formuleringen zijn negatief geformuleerd, de laatste is positief geformuleerd.
Kortom. Een goede startformulering is:
Creatief denken | |
Inhoud: Creatief proces |
In deze fase van het creatieve proces gaat het om het creëren van zoveel mogelijk ideeën. Kwantiteit gaat even vóór kwaliteit. In de convergerende fase gaan we selecteren.
In het algemeen een paar tips:
Als je probleem belangrijk genoeg is, hoef je er niet bewust de hele tijd mee bezig te zijn. Je hersenen zijn prima in staat om het zelf even over te nemen terwijl jij wat anders doet. Met andere woorden: als je ideeën nodig hebt, moet je er voor gaat zitten maar doe dat ook weer niet te halsstarrig. Bijt je er niet in vast. Ga stofzuigen, hardlopen, een boek lezen of een spelletje klaverjassen op de computer. Doe bewust wat anders, laat het even los. Soms blijkt dat je hersenen het beter zónder je kunnen. Je noemt dit proces ook wel 'incubatie'. Voor een goede incubatie is het wel belangrijk dat je startformulering af is. Je hersenen moeten wel iets hebben om zich op te richten terwijl jij lekker in bad ligt.
In deze cursus gaan we ervan uit dat je er alleen voor staat. Je moet dus in je eentje denken, schrijven, creatief zijn en oordelen. Dat kan nooit allemaal tegelijk. Besteed dus echt even aandacht aan de fasering. Maak eerst een goede startformulering. Zoek dan je benodigde materiaal en een geschikte ruimte. En ga vervolgens pas je ideeën evalueren.
Vooronderstellingen zitten nieuwe ideeën vaak danig in de weg. Schakel ze dus uit. Makkelijker gezegd dan gedaan. Neem een sleutelwoord uit je startformulering. Het woord 'sportcentrum' bijvoorbeeld. Wat zijn je vooronderstellingen? Het is een gebouw, het is overdekt, het is een groot grasveld, je kunt er meerdere sporten doen, het is een plek bóven de grond, het gaat om actiesporten en niet om denksporten, ménsen komen er sporten (en geen dieren), mensen komen er spórten (en bijvoorbeeld niet nadenken over sport of les krijgen over sport), er is een kassa, er zijn verschillende ruimtes enzovoorts.
Wat zou een superheld doen? | |
Voor sommige problemen zijn zo 1 2 3 geen oplossingen. Vandaar het succes van superhelden. Heb je een probleem waar je niet uit komt, probeer je eens voor te stellen hoe een echte superheld dat zou aanpakken. Zij zijn niet gebonden aan bijvoorbeeld de zwaartekracht of aan zoiets profaans als geld. Door hen je problemen op te laten lossen denk je al snel echt "out of the box". Zie je aanknopingspunten voor je eigen doen en laten? |
Wat gebeurt er als je die vooronderstellingen nu eens loslaat ? Soms weinig. Maar bij sommige vooronderstellingen kan dat vergaande gevolgen hebben. Die kassa bijvoorbeeld. Stel je voor dat je het sportcentrum gewoon helemaal gratis maakt. Of dat je van tevoren online moet reserveren en betalen. En dat het boekingsprogramma dan ook direct een squashpartner voor je zoekt en die een sms'je stuurt. En die verschillende ruimes? Stel je eens voor dat het sportcentrum een enorm terrein is met in het midden een mast van waaruit een tentdoek het terrein overspant. En wie die circustent voor zich ziet, ziet wellicht ook een skihelling (al is het dan raadzaam om iets steviger materiaal te kiezen). Misschien kan de gemeente een ROC wel zo gek krijgen om een vestiging te openen van de opleiding 'Sport, spel en bewegen'.
Kies een sleutelwoord uit je startformulering. Zoek vervolgens een inspirerend ander woord. Een land, een dier of een willekeurig concreet zelfstandig naamwoord.
Een voorbeeld. Stel: je vindt 'tandpasta'. Dat is smeerbaar, een reinigingsmiddel, ruikt fris, je kunt ermee schilderen en het is te koop bij de drogist of de supermarkt. Wat helpt je dit? Misschien kun je kaartjes verkopen (à la pretparken) voor het sportcentrum in de supermarkt. Misschien kun je iets doen met geuren. Veel sportcentra ruiken naar deodorant. Misschien kun je je profileren met de kwaliteit van de schoonmaak. Stel je kiest als analogon het woord 'Japan'. Dan kom je al snel uit bij krachtsporten. Maar ook bij sushi en bij de atoombom en bij Sony en bij harakiri. Je zou een toprestaurant kunnen beginnen, je zou er een krachtsportcentrum van kunnen maken en eventueel zou je kunnen kiezen voor een enorme zaal waar alle sporten tegelijkertijd kunnen worden beoefend (via de associatie: atoombom → verwoesting →leegte).
Je kunt ook zoeken naar de overeenkomsten tussen je sleutelbegrip en het analogon. Tandpasta blijkt dan geen gemakkelijke keuze. Maar met wat moeite kom je wel ergens: het is gezond, het is puur (en dat is sport toch eigenlijk ook), iedereen zou het moeten gebruiken en na gebruik voel je je een stuk frisser. Wat kun je met deze associaties? Je kunt het sportcentrum heel puur inrichten: veel blank hout, roestbrij staal en primaire kleuren. Je kunt inzoomen op het kenmerk 'frisheid'. Zeker in de marketing van je centrum zou je van die link gebruik kunnen maken: 'Voel je fris, voel je als herboren!'
Automatische piloot | |
Deze techniek komt neer op het uitzetten van de ratio terwijl je schrijft. Je kunt het vooral gebruiken als je je hoofd even leeg wilt maken. Dat is overigens minder makkelijk dan je denkt. Het wil eigenlijk niet of nauwelijks achter de computer. Dus pak een groot stuk papier en begin te schrijven. Probeer begin vooral in het midden en gebruik het hele vel. Leg je pen niet weg en schrijf het liefst aan een stuk door. In 2 minuten moet je zeker 50 woorden kunnen schrijven. Let op: je hoeft met het resultaat niets maar laat het niet slingeren: een beetje psycholoog kan er jaren mee vooruit! |
Neem een groot vel papier (en als je dat niet hebt: plak vier A4'tjes aan elkaar) en zet je sleutelwoord in het midden. Zoek willekeurig vier zelfstandig naamwoorden (een woord waar je 'de' of 'het' voor kunt zetten). Je mag best wat smokkelen. Als je met een woord niets kunt kies je een ander woord. Zet in iedere hoek van je vel een van die woorden. Associeer nu vanuit het midden naar de hoekpunten. En verbindt vervolgens al associërend de hoekpunten met elkaar. Bij de woorden die je aanspreken sta je even stil.
Tot nu toe associeerden we heel verbaal. Maar sommige mensen komen juist met beelden heel ver. Stel: je startformulering luidt: Bedenk een klein cadeautje dat we weg kunnen geven bij de opening van het nieuwe sportcentrum. Ga eens naar Flickr en ga naar de foto's die recent zijn ingezonden. Neem een beeld dat je aanspreekt. Wat zie je? Kijk op foto's die de laatste minuut zijn bijgevoegd. Zitten daar ideeën bij?
Metaforen (vergelijkingen) kunnen een heel krachtig instrument zijn om nieuwe ideeën te genereren. Je startformulering luidt bijvoorbeeld: Bedenk manieren om bezoekers van de concerten in onze kerk te verleiden hun auto thuis te laten.
Kies nu een metafoor. Die metafoor moet voldoen aan de volgende eisen:
Er zijn heel veel productieve metaforen. Denk aan het dansen van de tango, dieren in alle soorten maten, dansende dieren, een dierentuin, machines, een windmolen, tuinen, een woestijn, een supertanker op zee of de bouw van de toren van Babel.
Stel we kiezen de supertanker op zee. Een paar kenmerken:
Terug naar onze uitdaging: bedenk manieren om mensen te verleiden hun auto thuis te laten. Wat zegt die supertanker hierover?
Tekenen | |
Voor de een vanzelfsprekend, voor de ander ongehoord. Neem vetkrijt, plakkaatverf of desnoods een paar kleurpotloden. Neem een groot vel papier. Teken in het midden iets van je opdracht of van je kans. Een eigenschap of een facet. Zoek een andere kleur en teken in een van de hoeken datgene wat over je onderwerp naar boven komt. Waar het om gaat in deze aanpak is dat je doelbewust wat andere zintuigen prikkelt. Daarmee creëer je ruimte voor jezelf rond je opdracht of je kans. Je hoeft het allemaal niet te beredeneren. Gebruik zoveel mogelijk kleuren. Je kunt bijvoorbeeld kiezen om je gevoel over de verschillende aspecten in de kleuren mee te laten wegen. Hoopvol? Kies geel. Wat somber? Ga voor bruin. Ook hiervoor geldt: je hebt geen enkele ambitie om iets moois of zinnigs te maken. je enige ambitie is even uit het verbale te stappen en zodoende ook andere gebieden van je denken te gebruiken. |
Tja. Kunnen we hier wat mee? Dat is nu niet interessant. Dat komt later. Maar misschien vind je het nog te weinig. De dierentuinmetafoor dan:
Op basis hiervan zou je kunnen bedenken om niet een concert in één kerk te geven maar op meerdere plekken in de omgeving waardoor een fietsroute mogelijk is (en je in elk geval de parkeerlast verspreidt over meerdere locaties).
Je ziet dat lang niet alle ideeën goed zijn. Maar je ziet ook dat je meerdere insteken ontwikkelt. En daar gaat het uiteindelijk om.
In het boek 'The Mindgym' introduceren de auteurs een soort ideeënmachine. Het kost wat tijd maar levert wel veel op en ... je kunt het prima alleen af.
Eerst een voorbeeld. Stel: Je werkt bij een ICT-bedrijf en je zoekt ideeën voor een nieuw te starten relatiemagazine voor klanten. De morfologische matrix werkt dan als volgt:
Kies het thema: 'relatiemagazine' zou een mogelijkheid zijn maar dan beperk je je erg. Het thema 'magazine' biedt dan meer mogelijkheden. Later kun je altijd nog schrappen.
Kies drie categorieën van eigenschappen (zogenaamde attributen): in dit geval zijn dat bijvoorbeeld:
Medium | Inhoud | Verspreiding |
Krant | Informatief | Thuisbezorgd |
e-zine | Onderhoudend | Persoonlijk overhandigen |
Boekje | Opiniërend | Per e-mail |
Magazine | Korte verhalen | In stapels klaarleggen |
Brieven | Strips | Als verpakkingsmateriaal |
Ansichtkaarten | Fotoreportages | Uitstrooien |
scheurkalender | Kinderpagina | Op abonnementsbasis |
Notitieblok | diepgravend | Als bijlage |
Er zijn dus 8 x 8 x 8 = 512 verschillende ideeën/mogelijkheden. Een informatieve krant die je thuis laat bezorgen. Een onderhoudende e-zine die je per e-mail verspreidt. Een notitieblok met op de achterzijde korte verhalen dat je in stapels klaarlegt bij de kantoren van je belangrijkste klanten. Een scheurkalender met strips over je bedrijf dat je als bijlage bij het jaarverslag meestuurt...
Metafoor | |
Arjo legt de laatste hand aan zijn proefschrift. Hij onderzocht hoe je virussen kunt gebruiken bij het genezen van kanker. Dat is ingewikkelde materie. Hij zoekt naar manieren om in de Nederlandstalige samenvatting zijn familie en zijn vrienden uit te leggen wat zijn onderzoek behelst. Dan ziet hij de film Troje op tv. De metafoor van het beleg en de val van Troje ligt eigenlijk zo voor de hand. Met die metafoor kan hij uitleggen hoe vreemde cellen toch door het lichaam herkend worden en hoe die vreemde cellen als ze eenmaal in het lichaam zijn, hun werk kunnen doen en de kankercellen opruimen. Hij vraagt een bevriende aquarellist om scènes uit de film te schilderen; dat schilderij wordt de omslag van het proefschrift. Pas in de toespraken blijkt hoe de metafoor de creativiteit van mensen écht op weg helpt. De vragenstellers, de promotor, de trotse vader en de blije broer, de leden van zijn jaarclub: allemaal blijken ze met die metafoor een fantastisch verhaal te kunnen vertellen. |
Je ziet dat er heel veel onzin bij zit. Hoewel? Als je een winkel hebt, kun je overwegen om als verpakkingsmateriaal te kiezen van krantenpapier dat je laat bedrukken met een fotoreportage over de totstandkoming van je product. Als je dat regelmatig actualiseert heb je een heel krachtig medium waarmee je je klanten heel direct benadert.
Edward de Bono bedacht in 1985 een simpel maar doeltreffende aanpak om mensen van wie de creativiteit blokkeert een handje te helpen. Zijn aanpak – de zes denkende hoeden - heeft alles te maken met het merkwaardige verschijnsel dat mensen elkaar vaak in een soort houdgreep houden. Omdat mevrouw A altijd de nadelen ziet, gaat mevrouw B altijd de voordelen benoemen. En omdat mevrouw B altijd alleen maar de voordelen ziet, moet mevrouw A wel tegengas geven en de nadelen benoemen. Waarop mevrouw B echt niet anders kan dan ...De Bono bedacht dat die vaste rolpatronen simpel doorbroken kunnen worden door deelnemers aan een bijeenkomst een gekleurde hoed op te laten zetten. Hij onderscheidt zes kleuren.
Kleur hoed | Focus |
Wit | Benodigde en beschikbare informatie, feiten en cijfers |
Rood | Intuïtie, emoties, ingevingen en gevoelsoordelen |
Zwart | Waakzaamheid, problemen, risico's en zwakheden |
Geel | Voordelen, waarden en positieve aspecten |
Groen | Alternatieven en creatieve ideeën |
Blauw | Controle over het denken, focus en samenvatting |
Als mevrouw B de blauwe hoed opkrijgt, zal ze andere vragen stellen. Als mevrouw A de groene hoed opzet zal ze eerst wat stil zijn maar langzamerhand toch met ideeën en voorstellen komen. Plotseling blijkt ze meer in haar mars te hebben.
Creatief denken | |
Inhoud: Creatief proces |
En daar zit je dan met al die ideeën, mogelijkheden, suggesties van de divergerende fase. Hoe meer, hoe beter. Pak eerst nog eens je startformulering. Het kan maar zo zijn dat je in de hitte van de strijd, een aantal belangrijke aspecten over het hoofd hebt gezien. Is dat zo? Ga dan terug naar Start. Zo niet, dan ga je nu selecteren.
Tussen al die ideeën zit veel onzin. Weg ermee! De ideeën die overblijven ga je vervolgens bij langs. Welke ideeën spreken je gevoelsmatig gewoon aan? Waarom? Welke ideeën zijn echt “out of the box”? Welke ideeën zijn echt vernieuwend? Let op: we hebben het nu nog niet over haalbaarheid! Probeer bij je antwoorden op de voorgaande vragen juist de vraag naar de haalbaarheid even buiten beschouwing te laten. Voor je het weet heb je erg je best gedaan om een creatief idee te bedenken en uiteindelijk kies je voor een idee dat het meest haalbaar is. Dat is jammer.
Verdeel je ideeën nu in drie categorieën:
De ideeën die nu nog over zijn ga je bij langs. Zijn er ideeën bij die je kunt combineren? Zijn er ideeën bij die gewoon zo lumineus zijn en zo eenvoudig te realiseren dat je er niets meer aan hoeft te doen? En dan moet je toch echt gaan kiezen. Je kunt niet alle ideeën uitwerken. Laat je leiden door je gevoel, door de kosten, door de eenvoud en door de slaagkans.
Een paar tips.
Zelfs al heb je maar twee goede ideeën uitgewerkt, dan nog kun je er waarschijnlijk voorlopig maar een realiseren. Ligt het erg dicht bij jezelf? Lees dan eens de laatste hoofdstukken van de cursus Licht denken. Heb je er anderen voor nodig en is het werkgerelateerd. Kijk dan eens bij Projectmanagement. Durf het aan te pakken, durf te dromen. Stel je eens voor ...
Spirituele creativiteit | |
Aandachtspunten en succesfactoren voor mensen die zich bewust willen worden van hun dromen en die willen leren hoe deze waar te maken. |
Bron: www.leren.nl/cursus/persoonlijke-effectiviteit/creatief-denken/creatieve-proces.html
Copyright © 1999-2024 Applinet
Alle rechten voorbehouden
Colofon